Vertaald door Benno Arentsen

Kanker kan niet worden gezien als een enkelvoudige ziekte met een enkelvoudige oorzaak. Elk van de miljarden cellen in ons lichaam herbergt een veelheid aan nauwkeurig gecontroleerde biochemische activiteiten. Dat maakt dat er verschillende momenten zijn waarop het mis kan gaan, met kanker als gevolg. Kenmerkend is daarbij steeds een ongebreidelde celgroei, die zich weinig gelegen laat aan de omgeving of nabijgelegen cellen. Dit vandalistische gedrag is slopend voor het organisme en kan fatale gevolgen hebben als het niet wordt gecorrigeerd. Hoe beter we begrijpen wat normale cellen ertoe brengt om het verkeerde pad te kiezen, des te meer potiëntele therapeutische doelen we kunnen verzinnen. Zo heeft de ontdekking van het foute HER2 gen, dat aanzet tot tumorgroei in 25% van de gevallen van borstkanker, direct tot een anti-HER2 therapie geleid, die inmiddels het leven verlengt van veel vrouwen. En dat allemaal dankzij genoom-onderzoek. In de jacht op verdere therapieën richt men zich nu uitgebreid op het epigenoom als 'regisseur' van de genoomactiviteit. De horizon voor kankertherapieën wordt daarmee verbreed.

Epigenetische kenmerken bepalen welke stukken van het DNA actief zijn. Ons genoom zit opgewonden rondom cellulaire klosjes, met histon-eiwitten of histonen die door enzymen gemarkeerd zijn met bepaalde molecuulgroepen, zoals acetyl en methyl. Zowel de markeringen als de wijze van opwinding bepalen welke genen (DNA-reeksen) ingeschakeld zijn, en welke niet. Als de genen op de juiste manier worden aangestuurd zijn de cellen op orde, maar als het verkeerd gaat veroorzaken ze cellulair asociaal gedrag. Veranderingen in het gedrag van twee epigenetische enzymen, histon acetyl transferase (HAT) en histon deacetylase (HDAC), schijnen bij vele soorten van kanker een rol te spelen, doordat ze de verkeerde set genen inschakelen. Herstel van de HDAC/HAT-balans in cellen blijkt nu een succesvolle anti-kanker strategie te zijn, die heeft geleid tot een hele reeks van geneesmiddelen met de verzamelnaam HDAC remmers (HDAC inhibitors, HDACI). Momenteel vinden deze medicijnen pijlsnel hun weg naar patiënten.

HDACI's kunnen worden ingezet bij vormen van bloedkanker, zoals leukemie en lymfoom, maar ook bij vele vaste tumoren, zoals prostaat-, darm- en nierkanker. Een van deze HDACI's, SAHA geheten, heeft de derde fase van de klinische trials al bereikt. Dit betekent dat het reeds wordt getest op patiënten, maar dat het nog geen standaard toe te passen medicijn is. Zowel normale cellen als kankercellen gebruiken HDAC's, maar gelukkig worden de kankercellen eerder door HDAC-remmers gedood dan de normale cellen. Sommige kankers reageren beter op HDACI's en daarom worden deze geneesmiddelen gericht aangewend bij bepaalde typen tumoren.

Kankercellen zijn meesterbedriegers. Hoewel ze overduidelijk ongewenst zijn voor hun gastheer, worden ze doorgaans niet opgemerkt vanwege hun rommelige maar ingenieuze gen-expressie. Begrip van het epigenoom zal interessante nieuwe manieren opleveren om kankersoorten bloot te leggen en ons immuunsysteem te helpen terug te vechten. HDACI-onderzoek laat zien dat deze medicamenten een groep afweergenen, het zogeheten major histocompatibility complex (MHC), kunnen inschakelen, die het lichaam helpen om vreemde of ongewenste indringers te herkennen. De aandacht wordt er nu op gericht om de middelen specifieker te maken en de patiënten met de best reagerende tumoren op te sporen. Veel anti-kanker medicijnen worden in combinatie gebruikt voor een optimaal resultaat, dus misschien geldt dat ook voor de HDACI's. In ieder geval blijft het arsenaal aan anti-kanker therapieën gestaag groeien.