Een verslag van Brona McVittie :: Juni 2006
Vertaald door Benno Arentsen

Hoe staat het intussen met de behandeling?

De jacht op geneesmiddelen wordt bemoeilijkt door het feit dat kanker niet een enkele ziekte is, maar een overkoepelende term voor een heel diverse groep van aandoeningen. Er zijn meer dan honderd verschillende soorten - longkanker komt het meest voor. Maar zelfs als we ons richten op een bepaalde vorm van kanker, dan nog is de verscheidenheid in oorzaken en ziektebeelden enorm. Logisch dat een universeel medicijn op zich laat wachten.

De positieve kant van het verhaal is dat we tegenwoordig veel beter voorgelicht zijn over kanker en mogelijke oorzaken. Velen van ons hebben hun leefwijze aangepast, omdat we ons nu realiseren dat voorkomen beter is dan genezen. Gezondheidsdiensten bieden inmiddels preventief onderzoek aan voor borst-, hals- en darmkanker. Omdat de ziekte hierdoor in een veel eerder stadium aan het licht komt, zullen patiënten vaak beter reageren op de behandeling.

De bestaande behandelingen zijn echter beslist voor verbetering vatbaar. Neem bijvoorbeeld prostaatkanker. Er zijn grote onderlinge verschillen tussen patiënten die deze vorm van kanker hebben en er is nog geen snelle en vastomlijnde manier om te bepalen welke behandeling zij moeten krijgen. Als een man een beginnende en weinig actieve vorm van deze kanker heeft, gemeten naar het Gleason-score systeem, dan kan hij later in zijn leven toch nog een agressieve tumor ontwikkelen. Moeten artsen en patiënten wel vertrouwen op de Gleason-score bij hun besluit over aard en omvang van de behandeling? Liever niet, maar er zit op dit moment niet veel anders op. Gelukkig heeft de epigenetica op het gebied van kankerdiagnostiek sinds kort enige troeven in handen.

De enzymen die histon-eiwitten biochemisch markeren blijken zich anders te gaan gedragen bij de ontwikkeling van prostaatkanker. Wetenschappers kunnen een goede indruk hiervan krijgen door te kijken naar de manier waarop de histon-eiwitten in tumoren van verschillende patiënten zijn gemarkeerd. Veranderingspatronen van histon-eiwitten kunnen dienen als aanwijzing voor het toekomstig verloop van de ziekte. Het maken van dergelijke epigenetische kankerprofielen, gekoppeld aan onze kennis over riskante mutaties, moet leiden tot een meer persoonsgerichte behandeling van alle vormen van kanker.