Veel mensen proberen uit te zoeken of datgene wat we eten van invloed is op de epigenetische markeringen van belangrijke genen, zoals bijvoorbeeld genen die betrokken zijn bij kanker.

De relatie tussen epigenetica en kanker is nog lang niet duidelijk, maar het is bekend dat het niveau van DNA methylering in tumorcellen vaak opvallend laag is. Methylering zorgt ervoor dat belangrijke genen worden uitgeschakeld en kan zodoende bijdragen aan de ontwikkeling van kanker. Studies met zowel mensen als dieren hebben hele lijsten van stoffen opgeleverd die van invloed zijn op de methylering en daardoor invloed hebben op de ontwikkeling van kanker, soms ook geheel tegen de verwachting in. Voeding met maar weinig foliumzuur zorgt bijvoorbeeld vreemd genoeg voor zeer sterke methylering van bepaalde genen.

Het is altijd lastig om de relatie tussen voeding en gezondheid te meten bij mensen. Het is weinig verrassend dat de meeste mensen, in tegenstelling tot proefdieren, het niet zo zien zitten om dag na dag een nauwkeurig afgewogen hoeveelheid brokjes te eten. Inmiddels is wel een grootschalige studie met de naam ‘EPIC’ gestart, die zich richt op de relatie tussen voeding en kanker. Door een half miljoen mensen uit tien Europese landen te volgen, kan EPIC een aantal van de links tussen methylerende stoffen in de voeding en de kans op kanker aan het licht brengen.

Welk bewijs bestaat er nu eigenlijk dat bepaalde bestanddelen van de voeding invloed hebben op epigenetische markeringen van bepaalde genen? Een snelle inventarisatie van de wetenschappelijke literatuur levert een paar publicaties op. Eén studie laat een verband zien tussen maagkanker, het niveau van methylering van een belangrijk gen en de consumptie van groene thee en kruisbloemige groentes. Andere onderzoekers hebben aangetoond dat alcoholconsumptie een effect heeft op de methylering van genen die betrokken zijn bij darmkanker. Verder blijkt dat het gen dat een rol speelt bij hoofd- en halskanker sterk gemethyleerd is als de voeding weinig foliumzuur bevat.

Dus, als je goed voor je epigenoom wilt zorgen, eet dan vooral veel voedsel waar genoeg bouwstenen voor methylering in zitten (zie je bent wat je eet). Bladgroentes, erwten en boontjes, zonnebloempitten en lever zijn bijvoorbeeld rijke bronnen van foliumzuur, net als meergranenbrood en ontbijtgranen. Choline vind je vooral in eieren, sla, pinda’s en lever (alweer! Had m’n moeder toch gelijk…).

Om de inname van methionine te verhogen kun je spinazie, knoflook, paranoten, kidney bonen of tofu proberen. En als je liever iets niet-plantaardigs wilt, zijn kip, rundvlees en vis goede bronnen. Voor zink kun je het beste oesters eten en vis is een uitstekende bron van vitamine B-12. Of probeer kaas, melk, vlees en jawel: lever.

Als je tenslotte iets lekkers zoekt om de maaltijd mee weg te spoelen, kies dan voor rode wijn want de resveratrol in de wijn voorkomt wellicht veroudering en kanker. Maar pas op, veel wijnen bevatten ook betaïne, zeker de goedkope flesjes, en daarnaast kan de alcohol de werking van foliumzuur tegengaan en van de methyleringspatronen een rommeltje maken. Misschien is het verstandig om het bij een enkel glaasje te houden. En steek na het eten al helemaal geen sigaretje op! De stoffen in tabaksrook beschadigen namelijk het DNA én kunnen epigenetische markeringen veranderen; twee effecten die kunnen leiden tot kanker.

Totdat we precies begrijpen wat de effecten zijn van voeding op de epigenetica, kun je maar beter veel groente eten, en niet teveel alcohol drinken. Enne… neem eens een hapje lever!

Lees meer…
Meer informatie dan je ooit voor mogelijk had gehouden over de genetica achter de vachtkleur van muizen vind je hier.