Kankercellen zien er hetzelfde uit als normale cellen, net zoals criminelen vaak heel gewone mensen lijken en onopvallend zijn. Dit maakt het leven van de afweerpolitie er niet gemakkelijker op. Hoe haal je een crimineel uit een rij van normale, nette burgers? Gelukkig staat het afweersysteem altijd op scherp. En dat is maar goed ook als de kleinste verandering kan betekenen dat één-van-ons, één-van-hen wordt. Dit alarmeert het gewapende afweersysteem, wat vervolgens in actie komt en de dreiging verwijderd.

Veel kankers worden veroorzaakt door virussen. Hepatitis B kan leiden tot leverkanker. Het HTL virus kan een vorm van leukemie veroorzaken. Als een virus een cel aanvalt of binnendringt en vervolgens het DNA en RNA van de cel misbruikt, laat het misschien ook een aanwijzing achter, zoals een virale schoenafdruk maat 42. Forensisch bewijs dat voor het afweersysteem voldoende is om in actie te komen. Maar hoe herkent het afweersysteem ‘één van ons’? Wat zijn de bepalende uiterlijke kenmerken aan de hand waarvan de politie bepaalt wie wel of geen gevaar vormt voor de samenleving?

Onze cellen hebben allemaal dezelfde soort naamplaatjes die bestaande uit verschillende combinaties van MHC eiwitten. Deze combinaties zijn voor elke cel uniek; de MHC-plaatjes vertellen het afweersysteem wie ’één van ons’ is. Deze naamplaatjes moeten in het geval van een weefseltransplantatie van een andere donor sterk op elkaar lijken. Ons afweersysteem ‘ziet’ lichaamsvreemde antigenen (infecties uit de buitenwereld) alleen als de naamplaatjes van lichaamsvreemde cellen en de cellen van het afweersysteem niet overeenkomen. Zo weten we dat een geïnfecteerde cel ’één van ons’ is. Als de politie een persoon ziet die qua uiterlijk normaal lijkt maar met een beledigend spandoek zwaait, maakt het niet uit of het een normale cel met een virus is, of een kankercel. Ze worden beide gearresteerd en afgevoerd. Het herkennen van lichaamsvreemde en geïnfecteerde lichaamseigen cellen heet antigeenverwerking.