Het epigenoom reageert contant op genetische invloeden en op signalen van de omgeving door middel van epigenetische veranderingen (veel sneller dan dat er mutaties optreden in het DNA). Deze veranderingen in genen – ook wel epiallelen genoemd- treden zowel op bij kankercellen als bij cellen van het afweersysteem. Ook al zijn het genoom en het epigenoom allebei erfelijk, de laatste speelt tegenwoordig een steeds grotere rol bij het onderzoek naar kanker. In tegenstelling tot het genoom, zijn de effecten van het epigenoom op genen omkeerbaar. Daardoor is het een interessant doel voor de behandeling van kanker.

Er worden al testen uitgevoerd met epigenetische medicijnen die genen aanzetten die specifiek zijn voor kankercellen, waardoor het afweersysteem ze makkelijker herkent. Daarnaast is er veel interesse voor medicijnen die in staat zijn om genen te onderdrukken die zorgen voor de groei van kankercellen of genen die zorgen voor uitzaaiingen.

Epigenetische medicijnen die in staat zijn om de genen van afweercellen te beïnvloeden worden onderzocht om de behandeling van kanker te verbeteren. Het aanzetten van TAP lijkt een veelbelovende mogelijkheid om ervoor te zorgen dat kanker geen voet aan de grond krijgt.

Wetenschappelijke artikelen waaraan in deze tekst gerefereerd wordt zijn o.a.: Setiada et al 2005, Setiada et al 2007 and Sigalotti et al 2007