Vanuit het stadscentrum van Birmingham vlieg ik naar de hoofdstad van België. Mijn gebroken Frans blijkt juist voldoende om me op de trein oostwaarts te helpen, naar Luik, la Cité Ardente (ofwel Vurige Stad, vanwege de hoogovens). Het onafhankelijke temperament van de Luikenaren wordt belichaamd door een kleine houten pop met de naam Tchantchès, inwoner van de stad sinds de 8e eeuw. Zijn koppige, tegendraadse, maar toch vrolijke karakter, van jongs af gevoed door de jenever, geeft kleur aan menige poppenvoorstelling. Mijn schema staat een uitstapje naar het theater niet toe, maar ik heb nog wel tijd genoeg om een heerlijke Luikse wafel te proeven. Vervolgens met bus 48 naar de Sart Tilman campus, waar Michel Georges (Universiteit van Luik) zijn werkplek heeft.

Michel vertelt me over zijn onderzoek in de mooie beboste omgeving van de universiteit. "We zijn geïnteresseerd in complexe fenotypen die onder invloed van vele genen tot stand komen." Ik probeer een lach te onderdrukken wanneer hij onthult dat hij per ongeluk een gen heeft ontdekt voor goedgevormde schapenbillen. In feite verscheen zo'n overmatig gespierd achterwerk voor het eerst op een boerderij in Oklahoma, bij een schaap dat Solid Gold werd gedoopt. De nakomelingen van Solid Gold erfden deze 'mooie billen', maar in veel kleinere aantallen dan verwacht. "Het hangt er maar vanaf waar de mutatie vandaan komt: van vader of moeder. Dat heeft dan een verschillend effect op het nageslacht," verklaart Michel. "Om mooie billen te hebben, moet een dier het mutante allel van vader erven en de normale (wild-type) variant van de moeder."

Ik vraag Michel wat er gebeurt op moleculair niveau. Het dikke billen-gen verhoogt de activiteit van een klein cluster van ingeprente genen die betrokken zijn bij ontwikkeling van de skeletspieren. "Het is een kwestie van wat wij polaire overdominantie noemen," merkt hij op. "In feite praten beide allelen (die van vader en die van moeder) met elkaar. We hebben sterke aanwijzingen dat deze interactie plaatsvindt met behulp van microRNA-genen." Hoewel ik vegetariër ben, vraag ik wat de vooruitzichten zijn voor een verhoogde vleesproductie. "We hebben geen andere ambitie dan bij te dragen aan fundamentele kennis," antwoordt hij. Zijn team doet nu onderzoek naar dit genetische systeem bij muizen. "We doen wel wat onderzoek bij schapen, maar dat proberen we af te bouwen. Ze vallen nogal groot uit, vergeleken met muizen."