Naast de Eiffeltoren kan de Lichtstad zich beroemen op een oneindige hoeveelheid verborgen charme, geschiedenis en sentiment. Het duurt niet lang of ik sta oog in oog met het grootse Panthéon, de begraafplaats van Geneviève, beschermheilige van Parijs. In deze extravagante grafkelder ligt ook de as van Marie Curie, die radium ontdekte. Een korte wandeling brengt me naar het Curie Instituut, dat opgezet is ten behoeve van kankeronderzoek en haar naam draagt. Daar, achterin een rozentuin, drink ik koffie met Geneviève Almouzni.

“Ik doe onderzoek naar hoe genetica en epigenetica in elkaar grijpen.” Geneviève bekijkt het op een kunstzinnige manier, geïnspireerd door haar vroegere balletlessen. ”Wanneer je je genen voorstelt als dansers, en de celkern als het podium, dan is epigenetica als een choreografie. Genen kunnen dan het Zwanenmeer opvoeren in levercellen, de Schone Slaapster in zenuwcellen en misschien wel een versie van de Vuurvogel in spiercellen." Haar groep werkt aan keurig afgepaste pakketjes in de kern, de nucleosomen, die op regelmatige afstanden voorkomen over de gehele lengte van het DNA. Omdat ze gemaakt zijn van histon-eiwitten die op wisselende manieren zijn gemerkt, beïnvloeden ze de genen met wat sommige wetenschappers inmiddels aanduiden als de histon-code.

"In ieder geval, of er nu een code bestaat of niet," zegt Geneviève, “moet je niet alleen het DNA maar ook de manier waarop het is gestructureerd dupliceren, om het genoom stabiel te houden." Dat is de grote uitdaging van het 'post genoom' tijdperk. "Grote genoominstabiliteit wordt in verband gebracht met ziekten zoals kanker," gaat ze verder. "Onderzoek naar histon-modificaties kan zorgen voor een nieuwe richting in de diagnostiek en therapie van kanker." Tot dusver is chemotherapie de meest effectieve behandeling tegen kanker, maar wel met zware lichamelijke en geestelijke bijwerkingen. Een strategie die gebaseerd is op bepaalde biologisch actieve moleculen kan lichtere behandelingsmethoden opleveren.

Terwijl ik zwerf door de kronkelige straten van Montmartre, naar binnen glurend door de ramen van met klimop begroeide huizen en kunstenaarsstudio's, vergeet ik voor een moment de nabije stroom van touringcars bij de Sacré Coeur. In de rustieke beslotenheid van een rustige patisserie, vertelt Vincent Colot (URGV, Evry) me dat hij werkt aan een bepaalde soort Arabidopsis.

Vincent wil de natuurlijke variatie tot op de bodem uitzoeken. "We willen meer weten over wat niet door DNA-polymorfismen wordt veroorzaakt, maar door veranderingen in de epigenetische toestand van sommige loci" legt hij uit. Nieuwsgierig vraag ik hem naar bestaande voorbeelden van natuurlijke epigenetische variatie. "Laten we beginnen met een mooi voorbeeld van een epimutatie in een variante plant die Linnaeus in Zweden heeft gevonden" begint hij. Het vlasbekje (Linaria vulgaris) groeit in Europa langs de kant van de weg. De bloemen komen wat vorm betreft in de regel overeen met de leeuwenbek (Antirrhinum majus). In de 18e eeuw ontdekte Linnaeus een ongebruikelijke variant met radiaal symmetrische bloemvorm. Recente nadere beschouwing heeft geleerd dat deze gemuteerde L. vulgaris het resultaat is van hypermethylering van het Lcyc gen, in plaats van een mutatie in de DNA-reeks van het gen. De omkeerbaarheid van deze eigenschap heeft tot gevolg dat de gemuteerde vlasbekjes binnen een plantenleven kunnen terugkeren tot de normale staat. Vincent legt uit dat telers in Frankrijk worden gestimuleerd om minder dan 5% variatie te laten ontstaan in het nageslacht van teeltgewassen. Maar in werkelijkheid ontstaan bij sommige gewassen veel meer afwijkende planten, om niet opgehelderde redenen. Een ding is echter zeker: er is veel meer natuurlijke variatie dan verklaard kan worden door genetische mutatie alleen. "Genetica is opgebouwd vanuit het idee dat uitsluitend DNA-reeksen verantwoordelijk zijn voor erfelijke veranderingen in het fenotype", stelt hij vast. Vincent denkt dat een deel van de natuurlijke variatie waarschijnlijk komt door epimutatie, zoals bij L. vulgaris. "Omgevingsfactoren kunnen een langdurige invloed hebben, die wordt doorgegeven van de ene generatie op de andere."